5 augustus 2020
Nieuws

Nu ook indicatietarieven voor octrooizaken

Vanaf 1 september 2020 gelden zogenoemde 'indicatietarieven' bij de vaststelling van proceskosten die zien op de handhaving van octrooirechten. Eerder golden al indicatietarieven bij handhavingszaken op grond van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals merkrechten.

Door het vaststellen van indicatietarieven voor octrooizaken geldt dat waar de in het ongelijk gestelde partij voorheen de redelijke en evenredige (volledige) proceskosten van de in het gelijk gestelde partij moest vergoeden, vanaf 1 september hiervoor een maximum bedrag ('indicatietarief') geldt. De hoogte van de proceskosten wordt daarmee niet langer slechts begrensd door de redelijkheid en evenredigheid ervan. Met de invoering van indicatietarieven maakt de rechtspraak het mogelijk voor betrokkenen om een betere inschatting van een kostenrisico te maken en tegelijkertijd de toegang tot de rechter te waarborgen.

De hoogte van het indicatietarief correspondeert met de categorie waarin de procedure valt, waarbij het tarief hoger wordt naarmate de zaak complexer is. De complexiteit van een zaak wordt vervolgens vastgesteld aan de hand van verschillende omstandigheden zoals het financiële belang van de zaak. Partijen dienen nog altijd een veroordeling in de kosten te vorderen op grond van art. 1019h Rv. en de kosten deugdelijk te onderbouwen. Uiteraard zal de rechter daarbij nog steeds altijd bepalen of het gevorderde bedrag redelijk en evenredig is.

Voor het volledige bericht van de rechtspraak: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/indicatietarieven-in-octrooizaken-rb-den-haag-1-september-2020.pdf

Terug