28 augustus 2020
Nieuws

Modernisering octrooiwet? - Een (optionele) verleningsprocedure?

Artikel 3 van de reeks 'Modernisering octrooiwet'

Een van de meest ingrijpende veranderingen die in 2008 werd doorgevoerd, was dat Nederland overging op een zogenaamd registratiesysteem. Dit systeem heeft een aantal voordelen, maar ook nadelen. Tijdens een recente consultatie tot verdere modernisering van de Rijksoctrooiwet 1995, is het registratieoctrooi dan ook één van de punten die weer ter discussie is gekomen.

De geschiedenis van het (moderne) octrooi is in Nederland in 1912 begonnen op het moment dat de Rijksoctrooiwet 1910 in werking trad. Tegelijkertijd werd de Octrooiraad in het leven geroepen om de ingediende octrooiaanvragen te toetsen aan de drie wettelijke vereisten van nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (inventiviteit) en industriële toepasbaarheid. In de opvolgende decennia had de Nederlandse Octrooiraad zich dan ook ontwikkeld tot een internationaal hoog aangeschreven instituut. Het succes van de Europese Octrooiaanvrage, die bij het in werking treden van het Europees Octrooiverdrag mogelijk werd gemaakt, ging in de jaren 80 en 90 ten koste van het aantal aangevraagde Nederlandse octrooien. Zodoende bleek het niet meer rendabel te zijn om de voor alle gebieden van de techniek deskundige onderzoekers bij de Octrooiraad in dienst, en aan het werk, te houden. Dit leidde in 2008 tot de modernisering van de Rijksoctrooiwet, inclusief de invoering van het zogenoemde registratieoctrooi, waarbij ingediende octrooiaanvragen niet meer, zoals onder de oude wet, getoetst werden voor ze verleend werden.

Sindsdien leidt elke Nederlands octrooiaanvrage na 18 maanden automatisch tot een verleend octrooi, ongeacht of het aan de eerder genoemde wettelijke vereisten voldoet. Bij het gepubliceerd octrooi wordt wel een onderzoeksrapport met schriftelijke opinie gevoegd, waarin een onderzoeker van het Octrooicentrum Nederland, of het Europees Octrooibureau (EPO), een voorlopig oordeel geeft of de conclusies van de oorspronkelijk ingediende octrooiaanvraag voldoen aan de eisen.

Voordelen registratieoctrooi
Het Nederlandse registratieoctrooi biedt een aantal voordelen voor de aanvrager. Ten eerste, doordat er geen sprake is van een toetsingsproces, zijn de kosten voor het verkrijgen van een Nederlands octrooi relatief laag en voorspelbaar. Daarnaast wordt na uiterlijk 18 maanden een verleend octrooi verkregen, waarbij de aanvrager zelfs nog kan kiezen voor een versnelde verlening. Hierdoor kan er bij inbreuk ook snel opgetreden worden tegen de vermeende inbreukmaker.

Nadelen registratieoctrooi
Er zijn echter ook een aantal nadelen. Aangezien de geldigheid van het eventuele octrooi in de rechtbank pas wordt vastgesteld, is het voor derden niet altijd duidelijk waar het tijdelijke monopolie van octrooihouder eigenlijk op toeziet. Een derde die “tegen het octrooi aanloopt” moet zodoende zelf zien uit te zoeken waar de octrooihouder nu redelijkerwijs bescherming voor zou hebben. Daarnaast is er ook veel onduidelijkheid over wat de waarde van het verleende octrooi is. Een verleend Nederlands octrooi dat overduidelijk niet te handhaven is, zal bijvoorbeeld ook weinig waarde hebben.

Mogelijkheden tot verbetering
Een punt van discussie is het kostenaspect van een (ongetoetst) Nederlands octrooi versus het getoetste Europese octrooi en wat nu de relatieve waarde is van de respectievelijke octrooien. Niettemin, wordt het getoetste Europese octrooi ook niet als zaligmakend gezien, aangezien ook hier regelmatig nog correcties gedaan moeten worden op het moment dat Europese octrooien worden ingeroepen bij inbreukzaken.

Een tweetal ideeën om de zekerheid en waarde van het Nederlands octrooi te verhogen zijn recentelijk gelanceerd. Het eerste idee betreft toetsing op verzoek, waarbij het Nederlands octrooi getoetst zou kunnen worden als de aanvrager hier prijs op stelt. De toetsingsprocedure, waarbij een aanvrage dus ook afgewezen zou kunnen worden, vereist dan ook dat er een bezwaarprocedure moet komen, zodat beroep tegen het besluit tot afwijzing kan worden aangetekend. Dit vereist dan ook dat er een nationaal mini-EPO zou moeten worden opgetuigd. Het toetsingssysteem zou zodoende ook de kosten voor het verkrijgen van een Nederlands octrooi aanzienlijk verhogen.

Een andere optie is de tweede (vrijblijvende) opinie, waarbij de octrooihouder een aangepaste aanvrage en/of argumenten zou kunnen indienen, waarbij de tweede opinie gebaseerd wordt op de aangepaste aanvrage en/of de ingediende argumenten. Een vrijblijvende extra opinie houdt echter een deel van de huidige problemen in stand, aangezien het octrooi alsnog automatisch zou worden verleend, ongeacht de opinie van de onderzoeker.

De komende tijd moet duidelijk worden welke van de mogelijkheden om de waarde en zekerheid van het Nederlandse octrooi te kunnen verbeteren zullen worden overgenomen in het voorstel tot modernisering van de Rijksoctrooiwet.

Terug