22 juni 2020
Artikel

Modernisering octrooiwet?

De huidige Rijksoctrooiwet stamt uit 1995 en is in 2008 voor het laatst aangepast. Zo langzamerhand wordt er nu nagedacht over een volgende modernisering. Recentelijk organiseerde het Octrooicentrum Nederland (OCNL) een aantal webinars om te spreken over de drie mogelijkheden die verkend worden: een nieuw soort voorlopige aanvrage, een (optionele) verleningsprocedure, en de mogelijkheid tot oppositie.

In dit artikel gaan we kort in op deze drie mogelijkheden. In de komende tijd zullen we de drie besproken opties verder verkennen en ook inzicht geven over hoe dit in andere landen is geregeld.

Voorlopige aanvrage
Soms is het wenselijk om al een prioriteitsrecht te vestigen voordat een volledige, complete octrooiaanvrage opgesteld is. In feite kent Nederland hier al een mogelijkheid voor: een aanvrage kan worden ingediend zonder enige taksen te betalen. Hetzelfde kan ook worden gedaan met een Europese aanvrage. Een dergelijke aanvrage zal door de niet betaalde taksen komen te vervallen en nooit leiden tot een octrooi. Een latere aanvrage kan wel prioriteit van zo’n voorgaande aanvrage inroepen.

Er wordt nu echter overwogen om een nieuwe smaak hieraan toe te voegen: een voorlopige aanvrage. Deze aanvrage kan niet tot octrooi leiden, en hoeft (misschien) niet aan alle formele eisen te voldoen. Wél kan, tegen lage kosten, een beperkt nieuwheidsonderzoek worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek kan de aanvrager helpen om te besluiten of een ‘echte’ aanvrage de moeite waard is of niet, en kan eventueel ook nuttig zijn bij het opstellen hiervan.

Verleningsprocedure
Een van de meest ingrijpende veranderingen die in 2008 werd doorgevoerd, was dat Nederland overging op een zogenaamd registratiesysteem. Dit houdt in dat een Nederlandse octrooiaanvrage bij publicatie automatisch verleend wordt, zonder inhoudelijke toetsing. De publicatie wordt wel vergezeld van een nieuwheidsrapport (naar keuze van de aanvrager opgesteld door het OCNL of door het Europese octrooibureau, EOB). Maar zelfs als uit dat nieuwheidsrapport blijkt dat de aanvrage niet voldoet aan de eisen, wordt het octrooi volgens het registratiesysteem toch verleend.

Dit heeft allerlei voordelen, maar het betekent ook dat het moeilijk kan zijn om vast te stellen wat de daadwerkelijke waarde is van een Nederlands octrooi. Sommigen hebben daarom ook liever een in Nederland gevalideerd Europees octrooi, omdat daarvan een officiële instantie heeft bepaald dat er aan de voorwaarden is (of in ieder geval lijkt te zijn) voldaan.

Nederland zal niet geheel van het registratiesysteem afstappen. Maar er wordt door sommigen gepleit om aanvragers op de één of andere manier de optie te bieden om te kunnen kiezen voor uitgebreidere toetsing of zelfs een volledige verleningsprocedure.

Oppositie
Zoals hierboven besproken betekent het Nederlandse registratiesysteem dat er Nederlandse octrooien zijn die niet aan de eisen voldoen. Het is al mogelijk om dergelijke octrooien nietig te laten verklaren, maar dat is een compex en tijdrovend proces. Eerst moet een advies over de geldigheid aangevraagd worden bij het OCNL en vervolgens moet de (civiele) rechter in Den Haag uitspraak doen – hetgeen ook betekent dat er een advocaat aan te pas moet komen.

Voor Europese aanvragen is er reeds een oppositieprocedure: binnen 9 maanden na verlening kan iemand die vindt dat een octrooiaanvrage onterecht verleend is hiertegen oppositie aantekenen. Er wordt overwogen om iets dergelijks ook in Nederland mogelijk te maken. Een laagdrempelige manier om een octrooi kritisch te laten bekijken, bijvoorbeeld in een procedure die door een octrooigemachtigde gevoerd zou kunnen worden.

Maar zou dit dan alleen voor Nederlandse aanvragen zijn, of ook voor gevalideerde Europese aanvragen? Welke termijn moet hiervoor worden gehanteerd? Kunnen de gronden hetzelfde zijn als in Europa, of zijn er meer mogelijkheden nodig? En hoe zou een dergelijke procedure (inclusief eventueel beroep) juridisch vorm kunnen krijgen?

Vroeg stadium
Zoals uit het bovenstaande blijkt zijn er zeker genoeg ideeën voor verbetering en modernisering van het Nederlandse octrooirecht. Maar er zijn ook nog veel vragen over de uitwerking. Elke mogelijkheid heeft zowel voordelen als risico’s, die ook afhangen van de gekozen implementatie. In de komende tijd zullen we de drie hierboven kort besproken opties verder verkennen en ook inzicht geven in hoe dit in andere landen is geregeld.

Terug