3 mei 2018
Artikel, Nieuws

Het winnen van medicijnen uit urine

De Technische Universiteit Delft ontwikkelde een techniek genaamd 'superkritische CO2-extractie'. De Hanzehogeschool in Groningen past deze techniek in haar onderzoeken toe ten behoeve van toegepaste wetenschap. Middels deze technologie kunnen gewenste stoffen worden gewonnen uit bijvoorbeeld planten of vloeistoffen zoals urine. De extractie techniek maakt gebruik van CO2 dat onder hoge druk vloeibaar wordt gemaakt. In de vloeibare CO2 lossen de gewenste stoffen op en deze kunnen zodoende door extractie gewonnen. Diverse partijen hebben nu het voornemen om dergelijke superkritische CO2-extractie technieken toe te passen om kostbare medicijnen, bijvoorbeeld anti-kanker medicijnen, te winnen uit o.a. urine. Echter kan het winnen en “hergebruiken” van dergelijke medicijnen zomaar?

Na het winnen van kostbare medicijnen uit urine, worden deze verder gezuiverd zodat ze weer geschikt zijn voor inname door patiënten. Zo kan het winnen van medicijnen uit urine mogelijkerwijs een aanzienlijke besparing opleveren op uitgaven aan geneesmiddelen door ziekenhuizen en de patiënten. Aangezien de zorgkosten alsmaar stijgen, onder meer door de toename aan medicijnkosten, kan het terugwinnen van dergelijke kostbare medicijnen interessant zijn.

Deze nieuwe techniek roept echter de vraag op of dit allemaal zomaar kan. Afgezien van de technische mogelijkheden, geldt dat op dergelijke kostbare medicijnen of de actieve stoffen in deze medicijnen doorgaans een octrooi (patent) rust. Dit geeft de octrooihouder (veelal farmaceuten) het recht om derden te verbieden deze geoctrooieerde stof in of voor bedrijf vervaardigen, te gebruiken of op de markt brengen. Octrooihouders kunnen dus de bedrijven en ziekenhuizen proberen te verbieden geneesmiddelen uit urine terug te winnen. Het herwinnen van medicijnen uit urine schaadt namelijk het monopolie en de bijkomende economische belangen van de octrooihouder.

Hoe zit het juridisch gezien indien je deze stof uit de urine van de patiënt wint en vervolgens wilt hergebruiken? Hier zijn diverse aspecten van belang. Ten eerste is het onduidelijk wiens eigendom de stof is op het moment dat die in urine zit. Wie is eigenaar van het medicijn afkomstig uit de urine; de patiënt, het ziekenhuis of de zorgverzekeraar die voor het medicijn heeft betaald? Ten tweede, valt deze stof onder de beschermingsomvang van het octrooi? Doorgaans “wijzigen” de stoffen zich tijdens de inname, of worden ze gebonden aan andere stoffen om een complex te vormen. Zodoende is de uit urine gewonnen stof niet meer exact dezelfde stof zoals in het octrooi staat beschreven. Daarentegen zou de octrooihouder mogelijk beargumenteren dat de gewonnen (gewijzigde) stof gelijk, zo niet equivalent is, aan het geoctrooieerde en redelijkerwijs onder de beschermingsomvang van het octrooi valt. 

Verder is het geoctrooieerde (het medicijn of de stof) reeds verkocht door de octrooihouder en is het dus rechtmatig in het verkeer gebracht met de toestemming van de octrooihouder. Zodoende is er normaal gesproken sprake van uitputting van het octrooirecht en is het gebruik van de verkochte stof in of voor bedrijf toegestaan zonder dat hiermee octrooirechten worden geschonden. Is dit echter ook van toepassing indien je het geoctrooieerde middels de nieuwe werkwijze als het ware opnieuw verkrijgt?

De toekomst zal uitwijzen hoe octrooihouder, ziekenhuizen en partijen die het voornemen hebben om medicijnen te winnen uit urine hiermee om gaan. Uiteraard volgen we deze discussie met interesse en houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Terug