24 mei 2018
Artikel

Handelsnaamrecht – wat is er beschermd?

Een handelsnaam is geen registratierecht zoals een merk of octrooi. De handelsnaam is de naam waaronder een onderneming in de praktijk wordt gedreven. Deze naam hoeft niet bij de Kamer van Koophandel geregistreerd te zijn. Het draait om de feitelijk gebruikte namen. Bij het vaststellen van de inbreuk draait het ook sterk om de feitelijke omstandigheden, de feiten die de partijen benoemen en die zij weten te onderbouwen.

De handelsnaamwet geeft aan dat het verboden is een handelsnaam te voeren die slechts in geringe mate afwijkt van een bestaande, oudere handelsnaam en in verband met de aard van de ondernemingen en hun locatie, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Dit levert handelsnaaminbreuk op.

Bij het vaststellen van de inbreuk kijkt de rechtbank dus naar meer dan de overeenstemming tussen de namen. De diensten waarvoor het bedoeld is, het specifieke publiek, de locatie en de kenmerken van de markt waarop partijen actief zijn spelen ook een rol. Hieronder worden aan de hand van recente uitspraken deze omstandigheden verder toegelicht.

Relevante publiek

AddComm vorderde voor de rechtbank Amsterdam het staken van gebruik van de handelsnaam Appcomm. Beide partijen richten zich op online communicatiediensten maar wel op verschillende onderdelen van die markt. De klanten zijn professionals waardoor er een hoger dan gemiddeld niveau van oplettendheid zal zijn. Daarmee is er slechts in geringe mate verwarring te duchten. Deze lage graad van verwarring rechtvaardigt niet een rechterlijke veroordeling tot naamswijziging. Het verwarringsgevaar bestaat er enerzijds uit dat het publiek de twee ondernemingen door elkaar haalt, anderzijds beslaat het ook de situatie waar het publiek een economische of juridische connectie tussen de ondernemingen veronderstelt.

Plaats van vestiging

Bij het handelsnaamrecht speelt ook de geografische spreiding een rol. Voorheen werd gesteld dat het bestaan van ondernemingen in Maastricht en Groningen met dezelfde handelsnaam geen verwarringsgevaar en dus handelsnaaminbreuk zou opleveren. Gelet op het feit dat meer ondernemingen ook online actief zijn, speelt de geografische spreiding een kleinere rol. De rechtbank Amsterdam noemde dit onlangs in het vonnis over een handelsnaamgeschil tussen twee advocatenkantoren. Het ene kantoor is in Limburg gevestigd en het andere kantoor in de Randstad. Beide kantoren hebben een website en zijn landelijk vindbaar voor potentiele cliënten. Door de overeenstemming tussen de namen en de verleende diensten is er volgens de rechtbank mogelijk verwarringsgevaar.

Gebruik als handelsnaam

Om een beroep te doen op een handelsnaam dient wel getoond te worden dat het de naam is waaronder de onderneming in de praktijk wordt gedreven. Dit kan door screenshots van websites, facturen, visitekaartjes et cetera.
Dit speelde in een zaak bij de rechtbank Rotterdam die oordeelde dat DR Logistics geen inbreuk maakt op D&R. Beide partijen houden zich bezig met vormen van logistiek. De rechtbank oordeelt dat DR Logistics ‘in meer dan geringe mate afwijkt’ van D&R. Van handelsnaaminbreuk is geen sprake. D&R was volgens de rechtbank niet in staat om te onderbouwen dat zij gebruik maakte van de handelsnaam DR. Als dit wel het geval was geweest was er een grotere soortgelijkheid van de handelsnamen en was handelsnaaminbreuk aannemelijker.

Zuiver beschrijvende naam

De rechtbank Limburg oordeelde onlangs dat ‘Fysio Roermond’ geen beschermde handelsnaam is voor een fysiotherapeutenpraktijk in Roermond, de naam is zuiver beschrijvend. Daarmee was er geen sprake van handelsnaaminbreuk door de naam Fysiotherapie Roermond. De gedachte hierachter is dat niet de aanduiding voor een soort onderneming gemonopoliseerd mag worden, voorbeelden uit de rechtspraak zijn ‘Bouwcentrum ’en ‘Artiestenverloningen’, ‘Zonwering- Lochem’, ‘Slaapspecialist Tiel’. Partijen zijn vrij om deze namen te voeren en in principe zal er van handelsnaaminbreuk geen sprake zijn.

Situatie op de markt

Bij het verwarringsgevaar spelen allerlei omstandigheden een rol. Waaronder de bekendheid van de naam van de ondernemingen, de vormgeving van het logo maar ook of de handelsnamen vaker voorkomen. Zo is de naam van de auteur van dit artikel de meest voorkomende achternaam in Nederland, in zoverre zal het moeilijker zijn om die naam (Jansen) te voeren voor een onderneming en een andere onderneming aan te spreken wegens handelsnaaminbreuk. Het vaker voorkomen van een familienaam kan aan het verwarringsgevaar afdoen.

Voor het doen van een succesvol beroep op handelsnaaminbreuk is daarom van belang om goed de feitelijke situatie in kaart te brengen. De eerste vraag is of de naam waaronder de onderneming wordt gedreven een sterke handelsnaam oplevert, vervolgens kan de inbreukvraag pas beoordeeld worden.

Terug