1 januari 2015
Cases

Glasvezelnetwerk

Aansluiting van huishoudens, bedrijven en overheden aan zeer snel en universeel breedband.

Het bedrijf Jelcer Networks B.V. uit Dedemsvaart heeft de missie om huishoudens, bedrijven en overheden aan te sluiten op zeer snelle en universele breedband. Daarvoor heeft het bedrijf een innovatieve manier bedacht om een glasvezelnetwerk uit te rollen. In plaats van kabels in te graven in de grond, zoals dat voorheen gebeurde en wat vaak voor veel overlast zorgde, maakt het bedrijf gebruik van het bestaande riool. Een unieke methode die, op deze wijze nog niet eerder werd toegepast. Hiermee wordt het ook mogelijk om buitengebieden aan te sluiten op breedband.

De uitvinding

Jelcer ontwikkelde een speciale robot en een beugelsysteem om de glasvezelkabels in het riool te leggen. Deze uitvindingen wilden ze laten patenteren.

De zaak

Erik Klein Nagelvoort, mede-eigenaar Jelcer: “Voordat we bij Arnold + Siedsma terecht kwamen, gingen we in zee met een ander bureau. Toen we een jaar verder waren en een heleboel euro’s armer, stonden we buiten met een zeer zwak octrooi en de mededeling dat onze uitvindingen niet nieuw waren. Bij het octrooionderzoek waren tekeningen van tien jaar geleden boven tafel gekomen, van een concurrent met een soortgelijk idee om kabels door riolen te trekken. Dat idee was overigens nooit in de praktijk gebracht, omdat het niet haalbaar bleek. Maar het was wel gepatenteerd en op het eerste gezicht leek het erg op ons idee.

Toch waren wij ervan overtuigd dat onze uitvindingen veel verschilden van die van de concurrent. Bovendien hadden wij al proeven gedaan, waaruit bleek dat onze uitvindingen ook in de praktijk werkten. Naar onze mening, moesten er dus wel degelijk mogelijkheden zijn om onze uitvindingen te octrooieren te zijn. Via, via kwamen we toen bij Arnold & Siedsma terecht”.

De samenwerking

Maarten Nollen, octrooigemachtigde van Arnold & Siedsma:“De uitvindingen van Jelcer zijn een klassiek voorbeeld van een grote innovatie op basis van een heleboel kleine stapjes. In de zaak van Jelcer was het mijn taak om te bekijken of er mogelijkheden waren om de uitvindingen alsnog te beschermen met een sterk octrooi. Voor een product als dit, dat interessant genoeg is om de markt mee op te gaan en géén kopie is van de concurrent, moet er octrooibescherming mogelijk zijn. Daarvoor moesten we eerst onderzoeken in welk opzicht de uitvindingen van Jelcer verschilden met die van de reeds gepatenteerde uitvindingen van de concurrent. Waren de uitvindingen van Jelcer  echt een ‘stap voorwaarts’, dus nieuw, of was het meer van hetzelfde?

Er lagen al heel veel documenten en tekeningen van een concurrent op tafel die relevant leken, maar het toch niet waren. Het was dus  mijn eerste taak om te onderzoeken wat er echt in die documenten stond en in hoeverre dat verschilde van de uitvinding van Jelcer. Op het eerste gezicht leken de beide uitvindingen op elkaar, maar bij nader onderzoek bleken er toch belangrijke structurele verschillen te bestaan in de functionaliteit van beide uitvindingen.

Om dat onderscheid te verwoorden in een octrooiaanvraag, is het als gemachtigde belangrijk om voldoende technische expertise in huis te hebben om de werking van de uitvindingen ook daadwerkelijk te begrijpen. Alleen dan kun je een sterk octrooi opstellen”.

Erik Klein Nagelvoort, Jelcer:“Er zit veel verschil tussen de werkwijze van Arnold & Siedsma en die van het andere octrooibureau waar we eerder mee samenwerkten. Maarten was heel proactief en dacht  met ons mee. In plaats van de zaak heel breed te onderzoeken en breed op te schrijven, bestudeerde hij onze uitvindingen tot in detail en dacht hij zeer probleemgestuurd; ‘Wat is het probleem dat jullie hebben opgelost?’ en ’Wat maakt de uitvinding nieuw en onderscheidend?’ Daardoor kwamen wij zelf ook weer op nieuwe ideeën en werden we geattendeerd op zaken waar we eerder nog niet aan gedacht hadden. Zo bleek het verstandig om ook zaken die nu misschien nog niet in de praktijk uitvoerbaar zijn, toch alvast mee te nemen in het octrooi voor eventuele ontwikkelingen in de toekomst”.

Maarten Nollen, Arnold & Siedsma:“Na gedegen onderzoek naar de uitvindingen van Jelcer waren er significante verschillen tussen beiden uitvindingen aantoonbaar. Zo bleek de robot van Jelcer door bochten te kunnen in het riool in tegenstelling tot de al bestaande robot van de concurrent. Ook verschilden de beugels om de kabels mee in het riool op hun plek te houden. Bovendien hebben ze bij Jelcer een oplossing bedacht om de glasvezelkabels, die vanuit elk huis komen op een nette manier samen te laten komen en naar een centraal punt te leiden. Ook heeft het bedrijf een manier ontwikkeld om door de smalle rioleringsbuizen in het buitengebied kabels te leggen.

Uiteindelijk bleef er dan ook niets over van de oorspronkelijke octrooiaanvraag die Jelcer eerder had gedaan en legde Arnold + Siedsma de uitvindingen van Jelcer vast in vier verschillende nieuwe octrooien”.

Conclusie

Maarten Nollen, Arnold & Siedsma:“Voor een nieuw product dat geen kopie is van een concurrent en met enige trots aan een klant getoond kan worden, moet octrooibescherming mogelijk zijn. Dat blijkt ook hier weer. Maar het is soms wel zoeken en creatief meedenken. Ik heb wel eens geroepen dat het mijn vak is om van een mug een olifant te maken. Dat is niet helemaal waar, maar toch; elk detail is belangrijk. Het gaat er om dat elke stap die een bedrijf gemaakt heeft, en die relevant is voor de uitvinding, moet worden meegenomen en opgeschreven in het octrooi. Als je een uitvinding te oppervlakkig omschrijft, is er een heel grijs schemergebied van uitvindingen die erop lijken en waar de concurrentie haar voordeel meer zou kunnen doen.

De tekst alleen vormt de basis voor de vergelijking met allerlei andere uitvindingen. De tekst alleen, en niet het bijbehorend succesvolle product, is voor een rechter bepalend of een concurrent inbreuk maakt of niet. Dus als de tekst van het octrooi niet goed is, dan kan de concurrentie daar haar voordeel meer doen, als vijf of tien jaar later de belangen heel groot geworden zijn.

Het is mijn taak om de uitvinding in woorden te vangen, specifiek genoeg om je te onderscheiden van de bekende documenten, maar breed genoeg om een sterk octrooi op te leveren; dat wil zeggen dat de concurrent er niet omheen kan als hij twee toeters of bellen verandert.

Het is dus belangrijk hoe je als octrooigemachtigde je verhaal vertelt. Voor een octrooiaanvraag is het van essentieel belang om alle bijzonderheden van de uitvinding zeer gedetailleerd vast te leggen, zodat er geen ruimte is voor concurrerende partijen maar er bij het schrijven van de octrooiaanvraag ook nog genoeg ruimte overblijft voor eventuele verdere ontwikkeling van een uitvinding, zonder dat de uitvinder daar direct weer een nieuw octrooi voor moet aanvragen”.

Erik Klein Nagelvoort, Jelcer: “Voor ons was het de eerste keer dat we in aanraking kwamen met de onoverzichtelijke wereld van de octrooien. Wij wisten totaal niet wat we konden verwachten. Het is voor ons van grote financiële waarde om onze uitvindingen te octrooieren. Zowel als bescherming naar concurrenten, als naar investeerders toe. Dat is best een kostbare aangelegenheid, maar dat is de investering zeker waard, als je daarna ook daadwerkelijk een sterk octrooi in handen hebt. Dankzij de samenwerking met Arnold & Siedsma, kunnen we nu met een gerust hart met onze uitvindingen de markt veroveren.  

Terug