16 augustus 2018
Nieuws

Een patent is niet altijd een octrooi

De woorden patent en octrooi worden in Nederland regelmatig door elkaar gebruikt. Dat kan ook, want in het Nederlands zijn het synoniemen. Hoogstens klinkt het Nederlandse 'octrooi' iets chiquer dan het uit het Engels en Duits afkomstige 'patent'. Maar pas op: in andere talen is een patent niet altijd een octrooi.

Octrooihouders spreken wel eens hun bezorgdheid uit over het feit dat een bestaand 'patent' in de Verenigde Staten hun geoctrooieerde uitvinding mogelijk in de weg zou kunnen zitten. Onterecht, want een patent betreft niet altijd een 'utility patent'. Uit het document blijkt het soms te gaan om een 'design patent'. Uiterlijk lijken beide documenten op elkaar, maar ten aanzien van de beschermingsomvang zijn er grote verschillen.

Model vs. octrooi

Een 'utility patent' is namelijk wat wij in het Nederlands taalgebied een patent of octrooi noemen en beschermt een innovatief idee. Een 'design patent' richt zich op de bescherming van vormgeving en biedt dus wat wij modelbescherming noemen. Kort door de bocht beschermt een octrooi alle technische aspecten van een product en een model juist alle vormgevingsaspecten die niet door technische noodzaak gedicteerd worden.

Dit betekent dat in sommige opzichten een ‘design patent’ minder bedreigend is dan een ‘utility patent’. Alleen producten die door hun vormgeving verwarring bij het publiek kunnen veroorzaken, maken inbreuk op een design patent. Is er echter sprake van een ‘utility patent’, dan vindt inbreuk plaats door producten die alle technische elementen uit de conclusies omvatten. Ook al zien ze er totaal anders uit en zijn sommige elementen zelfs helemaal vervangen door equivalenten.

Buitenland

In Duitsland was het vroeger nog verwarrender. Daar had je namelijk een 'Geschmacksmuster' ('smaakmodel'), een 'Gebrauchsmuster' ('gebruiksmodel': een soort octrooi met kortere beschermingsduur) én een patent. Het Geschmacksmuster heet tegenwoordig een (eingetragenes) design, wat duidelijker aangeeft dat het om modellen gaat.

In China bestaan, naast reguliere octrooien, zowel “utility model patents” en “design patents. Het “utility model” (“gebruiksmodel”) vereist een beperktere mate van inventiviteit dan een regulier octrooi, en is bovendien minder kostbaar. Om deze reden wordt het “utility model” veel toegepast voor de bescherming van producten met kleine technische verbeteringen, die wel commerciële waarde hebben. Doordat het een “model” betreft, gaat het bovendien altijd om een fysiek product. Een werkwijze of proces kan nooit het onderwerp zijn van een “utility model”, maar is uiteraard wel te beschermen met een regulier octrooi. Ook niet-technische oplossingen kunnen niet met een “utility model” beschermd worden. Esthetische aspecten van een product, zoals de vorm of een patroon, kunnen wél het onderwerp zijn van een “design patent”.

Spanje kent ook een 'modelo de utilidad', dat globaal tussen modelbescherming en octrooibescherming inzit. In Frankrijk is het simpeler: een octrooi is een 'brevet' en een model een 'modèle' (met de aantekening dat het woord 'brevet' ook 'diploma' kan betekenen). Eigenlijk krijgt een uitvinding in Frankrijk als het ware een diploma als het octrooieerbaar blijkt.

Om het nog ingewikkelder te maken: een kwekersrecht wordt in de Verenigde Staten ook wel 'plant patent' genoemd. Gelukkig raakt die benaming beetje bij beetje in ongebruik: de officiële term is tegenwoordig een 'plant breeder’s right', wat veel beter overeenkomt met de Nederlandse benaming.

Conclusie

Door internationale verdragen groeien de diverse vormen van bescherming voor intellectueel eigendom in verschillende landen steeds meer naar elkaar toe, maar zoals uit het bovenstaande blijkt kunnen er nog steeds dingen 'lost in translation' raken. Om misverstanden te voorkomen, blijft het dus oppassen geblazen.

Terug