5 april 2018
Nieuws

‘Bedrijfsgeheimen’: Verbeterde bescherming als quasi IE-recht

Vrijwel ieder IE-recht ontspruit uit een idee; gedachtes in hoofden die omgezet worden in schetsen en aantekeningen, berekeningen en proefopstellingen; ondernemingen worden opgezet, klanten geworven en strategieën ontwikkeld. Op enig moment is deze informatie waardevol voor de onderneming, maar (nog) niet vast te leggen als IE-recht. Ter (betere) bescherming van dit intellectuele kapitaal dienen de EU-lidstaten per 9 juni 2018 de Richtlijn Bescherming Bedrijfsgeheimen (‘Richtlijn’) te implementeren.[1]

In het navolgende volgt een korte update over deze implementatie in de Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen (‘WBB’).

Huidige stand van zaken

De Nederlandse wet bevat momenteel geen specifieke regeling die voorziet in de bescherming van zgn. ‘bedrijfsgeheimen’. Door middel van overeenkomsten maken partijen afspraken over het waarborgen van vertrouwelijkheid (via o.a. Non Disclosure Agreements) en tegen een schending van het vertrouwelijke karakter kan vervolgens worden opgetreden via het civiele recht (op grond van wanprestatie en/of onrechtmatige daad) of via het strafrecht.

Richtlijn/ WBB

Een effectieve bescherming van bedrijfsgeheimen is belangrijk. Onderzoek van de Europese Commissie toont dat het gebrek aan harmonisatie grensoverschrijdende innovatie belemmert en dat de angst voor het verlies van de geheimhouding een barrière vormt in het delen van de bedrijfsgeheimen. Onrechtmatige verkrijging of onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen kan er toe leiden dat de mogelijkheid van de rechtmatige houder om als pionier voordeel te halen uit diens geheime informatie, zoals bijv. resultaten van zijn met innovatie verbonden activiteiten, wordt verminderd.

De gedachte achter de Richtlijn is dan ook het creëren van een minimum harmonisatie in de EU op het gebied van de bescherming van de geheimhouding van bedrijfsinformatie. Dit heeft voorts als doel om bescherming te bieden tegen oneerlijke concurrentie.

De Richtlijn en de WBB voorzien in maatregelen en rechtsmiddelen ter voorkoming van de openbaarmaking van informatie met het oog op de bescherming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen.

De Richtlijn en de WBB kenmerkt bedrijfsgeheimen evenwel niet als ‘nieuw’  intellectueel eigendomsrecht (IE-recht), maar als aanvulling op of als alternatief voor IE-rechten. Een bedrijfsgeheim is geen absoluut recht; de onafhankelijke ontdekking van dezelfde knowhow of informatie blijft mogelijk.

‘Bedrijfsgeheim’

Onder de WBB is sprake van niet-openbaar gemaakt knowhow en bedrijfsinformatie, ofwel ‘Bedrijfsgeheimen’ , wanneer die informatie:

  1. geheim is, d.w.z. dat de informatie niet algemeen bekend is bij of toegankelijk voor die personen die zich gewoonlijk met dergelijke informatie bezig houden;
  2. handelswaarde bezit omdat het geheim is;
  3. beschermingsmaatregelen zijn getroffen; d.w.z. dat de houder van de informatie de informatie aan redelijke maatregelen heeft onderworpen om haar geheim te houden.

Bedrijfsgeheimen kunnen betrekking hebben op bijv. technologische kennis, fabricagemethoden, recepturen, handelsgegevens, bedrijfsplannen, marktonderzoek en marktstrategieën, informatie over klanten en leveranciers, etc.

Reikwijdte en maatregelen

De WBB biedt straks de mogelijkheid om op te treden tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen. Daarvan is onder meer sprake bij het schenden van een NDA. Ook het produceren en verder vermarkten van zgn. ‘inbreukmakende goederen’ wordt ook als onrechtmatig gebruik van een bedrijfsgeheim aangemerkt wanneer de (rechts)persoon wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim onrechtmatig werd gebruikt.

Tegen de inbreukmaker kunnen verschillende vorderingen worden ingesteld, zoals een verbod op het gebruik van het bedrijfsgeheim en de verhandeling van inbreukmakende goederen. Er kan o.a. ook een beslag, recall en afgifte tot vernietiging worden gevorderd. Daarnaast kan een schadevergoeding worden gevorderd.

De WBB voorziet ook in meer bescherming van bedrijfsgeheimen in een gerechtelijke procedure. Onder de WBB is het iedere partij die deelneemt aan gerechtelijke procedures in het kader van de WBB, of die toegang heeft tot de documenten die deel uitmaken van zo’n procedure, verboden die (vermeende) bedrijfsgeheimen te gebruiken of openbaar te maken die de rechter op verzoek van een partij als vertrouwelijk heeft aangemerkt.

In de praktijk

Bescherming van bedrijfsgeheimen kan als een belangrijke aanvulling op de gebruikelijke IE-rechten worden gezien. In gevallen waar bescherming van ‘knowhow’ en ‘informatie’ door IE-rechten nog niet mogelijk of gewenst is, voldoet deze ‘knowhow’ en ‘informatie’ misschien wel aan de voorwaarden voor de bescherming als bedrijfsgeheim. Het voordeel van bescherming van bedrijfsgeheimen is dat deze bescherming, in tegenstelling tot bescherming onder IE-recht, vaak voor onbepaalde tijd is.

Om een beroep op de WBB te kunnen doen is het wel nodig aan te tonen dat er:

  1. sprake is van een schending van een bedrijfsgeheim, alsmede
  2. dat dit bedrijfsgeheim aan de voorwaarden van de wet voldoet.  

Het zal in de praktijk dus mogelijk lastig zijn om aan te tonen dat een bepaald product is vervaardigd met behulp van geschonden geheime informatie. Daarom is het belangrijk om technische, contractuele en praktische maatregelen te nemen om de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen te waarborgen:

  1. Breng de vertrouwelijke informatie in de organisatie in kaart: Wat is -vermoedelijk- geheim én bezit -vermoedelijk of potentieel – handelswaarde?;
  2. Neem maatregelen om te bepalen wanneer er sprake is van nieuwe vertrouwelijke informatie;
  3. Breng in kaart wie in een organisatie toegang heeft tot die informatie en in hoeverre zij aan geheimhouding zijn gebonden;
  4. Neem maatregelen om te bepalen wie toegang mag/moet hebben tot de (alle of deels)  vertrouwelijke informatie;
  5. Neem maatregelen om te voorkomen dat anderen géén toegang tot de informatie krijgen (andere dan de toegestane werknemers en derden) – bewaking terrein, installatie, encryptie-;
  6. Werk met geheimhoudingsbepalingen in arbeidsovereenkomsten en met NDA’s of vertrouwelijkheidsbedingen in overeenkomsten met derden.

Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE www.boip.int) biedt via het zgn. “I-depot” de mogelijkheid een idee vast te leggen; het biedt een datumstempel voor indiening, hetgeen tot bewijs kan dienen in een mogelijke procedure. Het “I-depot” wordt in de praktijk ook gebruikt voor het vastleggen (verkrijgen van datum) van bedrijfsgeheimen.

Het aanmerken van (nieuwe) informatie als bedrijfsgeheim en het waarborgen van de vertrouwelijkheid ervan binnen en buiten de organisatie vergt doorlopend aandacht. Neem gerust contact op met Arnold & Siedsma voor advies en assistentie. Wij zijn u graag van dienst.

[1] Richtlijn (EU) 2016/943

Terug