15 februari 2016
Artikel, Nieuws

Kennisparadox: Is investeren in R&D noodzakelijk?

Nederland moet de komende jaren flink investeren in onderzoek en ontwikkeling, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland bij de presentatie van het onderzoeksrapport ꞌNederland Maakt!ꞌ. Daarbij onderstrepen de ondernemingsorganisaties het belang van investeringen in R&D voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse industrie. Maar is investeren in R&D wel echt de oplossing?

Nederland scoort internationaal goed met de industrie, maar de concurrentiekracht van diverse sectoren staat voortdurend onder druk. Dit stellen werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB-Nederland. Volgens hen is het dan ook van belang dat de positie van de Nederlandse industrie wordt versterkt. Onderzoek en ontwikkeling spelen volgens de ondernemingsorganisaties een sleutelrol om het innovatie- en groeivermogen van bedrijven te stimuleren. Bij de overhandiging van het onderzoeksrapport ꞌNederland Maakt!ꞌ aan minister Kamp van Economische Zaken, deden zij dan ook een oproep aan politici om de komende jaren flink te investeren in research & development (R&D).

Industrie en R&D-activiteiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, blijkt uit het onderzoeksrapport. Volgens VNO-NCW en MKB-Nederland wordt bijna een kwart van het bruto binnenlands product (BBP) en bijna 50 procent van de export door de industrie bepaald. Dit spreekt het heersende beeld over het afnemende aandeel van de industrie in de Nederlandse economie tegen. Dit is echter te verklaren doordat traditionele industriële bedrijven steeds meer in de dienstensector actief zijn. Deze tendens is niet altijd in de statistieken terug te vinden. De industrie heeft volgens de ondernemingsorganisaties beslist een knoopfunctie in de Nederlandse economie. Vol inzetten op research en development is dan ook het advies.

Kennisparadox
Dries Faems, hoogleraar Innovatie & Organisatie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen, betwijfeld echter of het inzetten op R&D het ultieme antwoord is om de maakindustrie een duwtje in de rug te geven. Research en development leidt namelijk niet automatisch tot meer innovatie, ook wel de ꞌkennisparadoxꞌ of ꞌvalley of deathꞌ genoemd. Europa excelleert namelijk wel in het ontwikkelen van nieuwe technologie door middel van R&D uitgaven, maar slaagt er dikwijls niet in om deze technologie te transformeren tot commerciële producten waarmee bedrijven daadwerkelijk geld kunnen verdienen.

Faems benadrukt dat R&D steeds minder een noodzakelijke voorwaarde wordt om te innoveren. Hij refereert naar OESO-statistieken waaruit blijkt dat 30 procent van de innovatieve Nederlandse bedrijven die zelf niet investeren in R&D, er toch in slagen om producten of diensten naar de markt te brengen die nieuw zijn. Ook een innovatieonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland onder 270 Noord-Nederlandse midden- en kleinbedrijven (MKB) komen met soortgelijke bevindingen. Enerzijds blijkt daaruit dat meer investeren in R&D wel degelijk de radicale innovatiekracht van het MKB verhoogt. Echter blijkt ook dat 22 procent van de midden- en kleinbedrijven die erin slagen om radicaal nieuwe producten op de markt te brengen, helemaal niet investeren in eigen R&D.

De vraag is dus of er geïnvesteerd moet worden in R&D of juist in innovatie? Investeren in R&D leidt wel tot nieuwe technologie en innovatiekracht. Maar ook zonder te investeren in R&D slagen steeds meer bedrijven erin om te innoveren.

Terug