9 december 2016
Artikel, Nieuws

Geen merkbescherming meer voor de Rubik kubus

De puzzelkubus van de Hongaar Rubik, gelanceerd begin jaren 70, is één van de spellen die behoort tot de absolute klassiekers in spellenland. Iedereen heeft wel eens geprobeerd om (al dan niet met behulp van een instructieboekje) de felgekleurde vlakjes te ordenen. Mede door de verworven iconische status en marktpositie zou je denken dat de vormgeving van de kubus zodanig onderscheidend en herkenbaar is dat deze in aanmerking komt voor merkbescherming. Nee dus.

Seven Towns Ltd. dient in 1996 een verzoek in voor de registratie van de driedimensionale vorm van de kubus zoals hieronder afgebeeld voor “driedimensionale puzzels” in warenklasse 28.

De aanvraag resulteert in een registratie (nr. 162784). In november 2006 vordert Simba Toys GmbH & Co KG dat deze registratie nietig wordt verklaard op grond van de volgende redenen:

  • de vorm wordt bepaald door de aard van de waar;
  • de vorm geeft een wezenlijke waarde aan de waar; en
  • de vorm is noodzakelijk om een technisch effect te sorteren.

De vordering wordt door de nietigheidsdivisie van het EUIPO afgewezen. Zo ook de beroepen van Simba Toys bij de Kamer van Beroep en bij het Gerecht van Eerste Aanleg. Nu, tien jaar later, werpt de strijd van Simba Toys toch haar vruchten af. Het Europese Hof van Justitie stelt dat de vorm niet voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

De uitspraak
Het merkrecht dient er niet toe om een alleenrecht te verkrijgen op technische oplossingen of gebruikskenmerken. De wezenlijke kenmerken van het merk zoals geregistreerd zijn zowel de kubusvorm met een roosterstructuur en het hebben van zwarte lijnen aan elke zijde van de kubus. Het Europese Hof van Justitie deelt het standpunt van Simba Toys dat juist de roosterstructuur (naast het interne mechanisme binnenin de kubus) noodzakelijk is voor het verkrijgen van het technische effect. Er valt anders weinig te draaien en te puzzelen. In geval de vorm valt onder één van de drie hierboven genoemde uitsluitingsgronden, dan is het niet mogelijk om toch een registratie te bemachtigen met als rechtsgrond dat de vorm als merk zou zijn ingeburgerd (lees: dat de vorm door de consument direct als merk wordt herkend).

Nu ooit gevestigde octrooien en modelrechten op de spelkubus tot het verleden behoren, kan Seven Towns haar positie en ‘eigen gezicht’ op de markt beschermen middels haar rechten op de merknaam RUBIK en de bijbehorende logo’s. Men wil toch de echte!

Is een nieuwe aanvraag voor registratie van de driedimensionale vorm van de kubus in de welbekende kleurstelling wellicht nog het overwegen waard? Dit valt te betwijfelen want, derden zou het dan nog steeds vrij staan om de kubus op de markt te brengen, zolang het maar is in een kleurcombinatie die voldoende afwijkt van de kleurstelling van de Rubik’s kubus.

De keuze voor de zes primaire kleuren is niet louter technisch bepaald. Zes andere, duidelijk van elkaar afwijkende kleuren voldoen eveneens. Valt de kleurstelling onder de uitzonderingsgrond van de wezenlijke waarde van de waar? Volgens recente hervormingen in het merkenrecht geldt de restrictie ook voor belangrijke kenmerken van het product anders dan de vorm. Aldus, geeft de combinatie van juist de zes primaire kleuren een waarde aan de Rubik kubus die ‘wezenlijk’ is? In de huidige wetgeving en jurisprudentie ontbreekt een verdere definiëring.

In geval voornoemde hindernis kan worden gepasseerd, volgt nog het probleem dat kleuren en kleurcombinaties zeer lastig te monopoliseren zijn. De kleurstelling komt enkel voor registratie in aanmerking in het geval dat kan worden aangetoond dat de kleur of kleurstelling door het publiek direct als merk wordt herkend (inburgering). Hier lijkt de Rubik kubus niet zonder meer kansloos, maar dit zal mede afhangen van de kleurstelling van de overige spelkubussen die er op de markt zijn.

Een interessante casus voor Seven Towns om zich de komende jaren in vast te bijten.

Terug