5 januari 2016
Artikel, Nieuws

Een optimale levensduur voor elk octrooi

Normaal gesproken beschermt een octrooi gedurende twintig jaar een idee of vinding. Toch kan het voortijdig laten vervallen van een bestaand octrooi deel uitmaken van een gezonde octrooistrategie. Een octrooiportefeuille moet namelijk worden gezien als een dynamisch geheel, dat deel uitmaakt van de algemene bedrijfsstrategie.

Het is slim bedacht: de taksenstructuur voor het in stand houden van een octrooi. Elk jaar wordt het bedrag dat er aan taksen betaald moet worden namelijk net iets hoger. Om even Nederland als voorbeeld te nemen: in het vierde jaar hoeft er nog maar 40 euro te worden betaald, maar dat bedrag loopt geleidelijk op tot 1.400 euro in het laatste jaar - wel 35 keer zoveel.

Het idee hierachter is dat bij indiening de waarde van een octrooi nog erg onzeker is: er is een prachtidee, maar het is lang niet zeker of dit in de markt zal aanslaan. Geleidelijk zou het echter steeds duidelijker moeten worden of het nut heeft om een octrooi te behouden, of dat het idee eigenlijk door markt- of technologische ontwikkelingen is ingehaald. Daarom vinden overheden dat er op een later moment wat meer geld tegenover het behoud van het octrooi mag staan.

Bij een octrooi voor een succesvol product is het zeker een goed idee om het octrooi tijdens de hele looptijd in stand te houden: je weet immers nooit wanneer een inbreukmaker ten tonele kan verschijnen. Het is echter een goed idee om instandhouding niet gedachteloos te doen en om eens in de zoveel jaar de octrooiportefeuille zorgvuldig door te nemen.

Een voorbeeld: stel, een uitvinder komt een probleem tegen. Hij bedenkt hier twee verschillende oplossingen voor: variant A en variant B, en vraagt twee overeenkomstige octrooien aan: octrooi A en octrooi B. Na een paar jaar blijkt dat variant A het in de markt veel beter doet dan variant B. Sterker nog, halverwege de looptijd van de octrooien bedenkt hij nog een verbetering C op variant A, die wellicht zelf ook te octrooieren is.

Op dat moment kan het een goed idee zijn om octrooi B te laten vallen. Een concurrent kan op dat moment variant B weliswaar gaan namaken, maar zal door de mindere kwaliteit hier niet veel profijt van hebben. Bovendien wordt op deze manier veel geld bespaard: in Nederland bijvoorbeeld per octrooi over tien jaar verspreid 9.500 euro. Ruim genoeg voor het indienen van een nieuw octrooi, bijvoorbeeld octrooi C voor de verbetering op variant A.

Kortom, het kan een goede strategie zijn om in een vrij vroeg stadium van technologische ontwikkeling relatief veel octrooien in te dienen en, al naar gelang later gebleken succes, geleidelijk octrooien te laten vervallen. Belangrijk hierbij is om een vervallen octrooi niet als 'mislukking' te zien. Het zou bijvoorbeeld goed kunnen, zoals in het voorbeeld hierboven, dat variant B in eerste instantie makkelijker te maken was, terwijl het productieproces voor variant A nog optimalisatie behoefde. Dan is het zeker positief dat ook variant B de eerste paar jaar beschermd was.

Terug