14 april 2020
Artikel

Amazon maakt geen inbreuk door fulfilment diensten te leveren

Op grote platforms, zoals het platform van Amazon, worden niet alleen eigen producten ter verkoop aangeboden, maar kunnen derden ook hun eigen producten verkopen. Het is gebruikelijk dat het platform voor afhandeling van de bestelling zorg draagt, dus het product zelf opslaat en naar de koper verstuurt. Deze zaak draait om de vraag of het opslaan en verzenden van inbreuk makende producten van derden als merkinbreuk gezien moet worden.

Het ging hier om een zaak tussen Coty en Amazon. Coty beschikt over merkrechten voor DAVIDOFF HOT WATER voor parfum. Op het platform van Amazon werden flessen parfum onder het merk DAVIDOFF HOT WATER aangeboden. Het betrof hier echte producten, en geen namaak, maar de producten waren afkomstig van buiten de EU en waren niet met toestemming van Coty op de EU-markt gebracht. Dit wordt ook wel parallelimport genoemd. In zijn algemeenheid gesteld leidt parallelimport van buiten de EU naar de EU tot merkinbreuk.

De inbreuk makende producten waren niet van Amazon afkomstig, maar werden door derden, externe verkopers, op de site (het platform) van Amazon aangeboden. Amazon had de producten dus voor deze derde in voorraad en handelde ook de bestellingen af. Feitelijk had de zaak dus betrekking op de vraag of de exploitant van een platform, aansprakelijk gehouden kan worden voor het in voorraad houden en verzenden van inbreuk makende producten, die door derden op het platform te koop worden aangeboden, zonder dat de exploitant van het platform kennis heeft van merkinbreuk.

Op 2 april 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") arrest gewezen waarin de mogelijke aansprakelijkheid van Amazon en andere exploitanten van onlineplatforms wegens merkinbreuk wordt verduidelijkt.Het Hof werd dus gevraagd uitspraak te doen over de vraag of Amazon, door inbreuk makende flessen parfum onder het merk DAVIDOFF HOT WATER op te slaan en te verzenden, inbreuk had gemaakt op de merkrechten van Coty. Daarbij speelt een belangrijke rol dat niet Amazon zelf maar derden de inbreuk makende flessen parfum ter verkoop aanboden en dat Amazon niet van de inbreuk op de hoogte was.

Het HvJEU heeft nu uitspraak gedaan of opslag kan worden beschouwd als "gebruik" van een merk, en in het bijzonder de ‘opslag van goederen om ze aan te bieden of in de handel te brengen’ zoals omschreven in de Uniemerkenverordening. Het Hof concludeerde dat van inbreuk geen sprake was. Samengevat oordeelde het Hof dat het opslaan kan worden gekwalificeerd als "gebruik”, maar dat de opslag, door de partij die dit doet, niet plaats vindt om de waren aan te bieden of in de handel te brengen. Het Hof concludeert daarom dat er geen gebruik is in het kader van de eigen commerciële communicatie van Amazon.

Het Hof concludeert dus dat er wel degelijk sprake is van gebruik, maar omdat dit niet plaats vindt binnen het kader van de eigen commerciële communicatie, is van inbreuk geen sprake. Het op voorraad hebben is alleen inbreuk makend als dezelfde partij de producten zelf verhandelt. Omdat deze uitspraak toch wat gekunsteld lijkt, voegt het Hof toe dat er andere of aanvullende omstandigheden kunnen zijn, op basis waarvan wel inbreuk geconstateerd zou kunnen worden.

Voorlopig moet toch de conclusie zijn dat het in voorraad hebben van inbreuk makende producten van derden, die op een platform ter verkoop aangeboden worden, waarbij de houder van het platform redelijkerwijs niet kan weten dat van inbreuk sprake is, niet tot claims tegen de houder van het platform kunnen leiden.

Terug