1 januari 2015
Cases

Eliminatie octrooi voor auditieve kaartlezer

‘Je moet snel kunnen switchen tussen het denken als jurist en als ingenieur’

Het is met octrooigemachtigden net als met advocaten. Vaak moet een octrooi verdedigd worden, soms is juist een aanval daarop gewenst. Dat Arnold & Siedsma naast het schild, ook het zwaard niet schuwt, bleek in de zaak tegen XIRING. Het Franse bedrijf bedwong onrechtmatig een octrooi voor een auditieve kaartlezer. Arnold & Siedsma wist dat patent voor haar cliënt ongeldig te laten verklaren. Dit deed zij door haar technische en juridische kennis optimaal te benutten. Twee maal ging de tegenpartij in beroep. Tot aan de hoogste instantie van het Europees Octrooibureau aan toe.

Wat was de aanleiding?

De cliënt van Arnold & Siedsma stelde in 2006 een schriftelijke procedure in tegen een octrooi van XIRING. Dat Franse bedrijf diende een patent in voor een kaartlezer, die informatie uit een smart card (bijvoorbeeld een pinpas) uitleest en deze gegevens auditief meedeelt aan de gebruiker. Dat gebeurt door synthetische spraak. De cliënt van Arnold & Siedsma was al met zo’n product in productie, maar dan zonder spraakcomputer. Hiervoor had zij ook al een octrooi bedwongen.

In de ogen van deze cliënt was de auditieve kaartlezer van XIRING geen echte uitvinding. De bestaande kaartlezers werden aangepast door het LCD-scherm te vervangen door een spraakchip en een luidspreker.

Drie jaar later was de schriftelijke procedure afgerond. Beide partijen werden uitgenodigd voor de Oppositiezitting in Den Haag. De cliënt gaf toen het stokje over aan Nele D’Halleweyn en Michaël Beck van Arnold & Siedsma. Beiden zijn Europees octrooigemachtigden en hebben veel kennis en ervaring binnen het domein van digitale authenticatie en beveiliging.

Welke strategie was gewenst?

D’Halleweyn en Beck gingen in hun strategie niet over één nacht ijs. De zaak werd zowel vanuit een technische als juridische kant benaderd. Was de materie van het octrooi inventief of niet. Een antwoord op die vraag vormde het startpunt van het technische aspect. Hiervoor werden de door de cliënt aangeleverde documenten grondig bestudeerd. Beck: “We wilden achterhalen wat nu precies de ‘stand van de techniek’ is als het gaat om (auditieve) kaartlezers.”

Hij legt uit: “Stel dat een vakman de opdracht zou krijgen om een bestaande kaartlezer aan te passen voor blinden. Zou hij dan ook een spraakchip en een luidspreker hebben toegevoegd, zoals voorgesteld door XIRING? Ja, stelden we. Het idee was dus helemaal niet inventief. De achterliggende gedachte daarbij is dat niemand een monopolie mag krijgen over zaken die tot de gewone, dagelijkse vooruitgang van de techniek behoren. Door de argumenten tegen het octrooi vervolgens nog wat te verfijnen, hadden we een prima uitgangspositie voor de Oppositiezitting in Den Haag.”

Voordat die zitting überhaupt plaats vond, doken er enkele pittige procedurele kwesties op. De cliënt had enkele relevante documenten pas laat in de schriftelijke procedure gebracht. Het duo van Arnold & Siedsma moest zich daarom eerst nog verdedigen tegen het verzoek XIRING om deze documenten uit de debatten te weren. Het duo Beck en D’Halleweyn wist dit argument vakkundig te pareren. “De gemachtigde van de octrooihouder was ook te laat met het indienen van de alternatieve versies van het octrooi, die hij zou verdedigen op de zitting. We hebben niet nagelaten dezelfde regels tegen hem in te roepen”, verklaart D’Halleweyn. Het gerechtshof besloot daarop alle relevante documenten tijdens de eerste zitting in behandeling te nemen.

Hoe verliep de procedure?

Oppositiezitting

De eerste zitting bij de Oppositiedivisie werd glansrijk door het duo Beck en D’Halleweyn gewonnen. Het bestreden octrooi werd volledig herroepen. De ‘uitvinding’ was niet inventief, zo oordeelde de rechter in Den Haag. Het was een voor de hand liggende combinatie van bestaande kaartlezers en bestaande synthetische-spraaktechnologie.

Kamer van Beroep

Octrooihouder XIRING liet het daar niet bij zitten en ging in beroep. Tot een zaak in de Kamer van Beroep is het echter nooit gekomen. In de tussenliggende periode werd de afdeling van XIRING overgenomen door Gemalto. Op de akte van beroep prijkte de naam van laatstgenoemde als octrooihouder. Maar de overdracht van het octrooi was nog niet op geldige wijze geregistreerd bij het Europees Octrooibureau. Het beroep had in naam van XIRING moeten worden ingediend. Beck en D’Halleweyn hadden dat vrij snel in de smiezen en tekenden protest aan. De Kamer van Beroep volgde dat standpunt. Het beroep werd afgewezen als onontvankelijk.

Enlarged Board of Appeal

Reden voor XIRING om de beslissing aan te vechten bij de allerhoogste instantie van het Europees Octrooibureau, de Enlarged Board of Appeal. De tegenpartij ging niet in beroep tegen de feitelijke beoordeling door de Kamer van Beroep, maar wel tegen eventuele fundamentele procedurefouten. Dergelijke procedures zijn relatief zeldzaam, omdat ze enkel op een beperkt aantal strikt juridische gronden kunnen worden ingesteld. Het Enlarged Board of Appeal had echter geen enkele grond om de voorgaande beslissingen te vernietigen. Het tweetal van Arnold + Siedsma had de voorafgaande procedure correct uitgevoerd. Ook het Europees Octrooibureau was niets te verwijten.

Wat was de basis van het succes?

Doordat tegenpartij XIRING het hoog speelde, werden er drie opeenvolgende procedures uitgevochten. In alle drie de gevallen kwam het duo van Arnold + Siedsma als beste uit de strijd. Vragend naar het geheim van het succes, voert D’Halleweyn de inhoudelijke kennis van het dossier als belangrijkste wapen op. “In technische zin wisten we alles van het dossier. Daardoor konden we tijdens de eerste zitting alle argumenten van de tegenpartij verwerpen.”

Beck vult aan: “De octrooihouder beweerde bijvoorbeeld dat een vakman om bepaalde redenen de kennis over bestaande kaartlezers nooit zou hebben gecombineerd met de door ons aangebrachte documenten over synthetische spraaktechnologie. Zo’n combinatie zou volgens XIRING ook nooit tot de geclaimde uitvinding hebben geleid. Het helpt dan natuurlijk als je écht vertrouwd bent met het technische domein van de uitvinding, zodat je de relevante technische argumenten (van de tegenpartij) kan onderscheiden van de rookgordijnen.”

Dat zorgde er ook voor dat het duo van Arnold + Siedsma niet capituleerde, toen XIRING met de zogenaamde ‘verrassingsargumenten’ op de proppen kwam. Die waren nog niet eerder aan bod waren gekomen in de schriftelijke procedure. D’Halleweyn: “De octrooihouder legde tijdens de zitting bepaalde termen in ons document zo uit, dat het leek alsof de beschreven technologie niet compatibel zou zijn met de architectuur van de bestaande kaartlezers. Omdat wij onze documenten goed kenden, konden wij direct wijzen op bepaalde passages in de tekst die duidelijk maakten dat de interpretatie van de octrooihouder niet correct kon zijn.”

Het belang van een goede voorbereiding

Naast de technische knowhow speelde de juridische kennis van Beck en D’Halleweyn een minstens zo belangrijke rol om niet te kapseizen. “Je moet bedacht zijn op de voor het oog onbelangrijk details. Die kunnen grote juridische gevolgen hebben”, weet D’Halleweyn. Het duo van Arnold + Siedsma wist met die overtuiging na de eerste zitting bij de Oppositiedivisie voordeel te behouden.

“Kennis van het stramien van een zitting is onontbeerlijk. Je bent daardoor beter voorbereid bij de volgende stap in het proces. Daarnaast helpt gedegen juridische research je om wettelijke kwesties in het voordeel van je cliënt te kunnen uitspelen”, vult Beck aan.

Volgens de octrooispecialist moet je in een zaak als deze snel kunnen switchen tussen het denken als een ingenieur (hoe is deze uitvinding tot stand gekomen en is de uitvinding inventief?). En het denken als een jurist (hoe gebruik ik de procedure om zo efficiënt mogelijk gelijk te krijgen?).

Tot een inhoudelijke behandeling in beroep is het nooit gekomen, maar de twee octrooigemachtigden zorgden ervoor dat ze ook daar niet voor verrassingen kwamen te staan. “Voor de behandeling in beroep, hebben we de hele zaak ten gronde opnieuw voorbereid, en onze argumenten zelfs nog aanzienlijk versterkt ten opzichte van het dossier in eerste aanleg. Achteraf bekeken is dat overbodig gebleken. Maar je kan nooit te goed voorbereid zijn”, besluit Beck.

Terug